Paarden in de wei in Nederland, groene weide, zomerse middag

Waarom weidegang zo belangrijk is

Paarden zijn van nature grazende dieren die dagelijks acht tot twaalf uur lopen en grazen. Een paard dat alleen op stal staat zonder beweging heeft een veel hogere kans op gedragsproblemen, maagzweren, kreupelheid en spijsverteringsproblemen. Weidegang biedt:

  • Vrije beweging die gewrichten, botten en spieren stimuleert
  • Sociaal contact met andere paarden
  • Mentale ontspanning door de vrije omgeving
  • Voedingsdiversiteit via gras en kruiden
  • Zelfs enkele uren weidegang per dag maakt een aanzienlijk verschil voor het welzijn van een paard.

    Hoeveel weidegang heeft een paard nodig?

    Er is geen wettelijke minimumnorm voor weidegang in Nederland, maar dierenartsen en gedragsdeskundigen adviseren minimaal twee tot vier uur per dag. Meer is beter, tenzij het grasaanbod te rijkelijk is. Paarden die jarenlang weinig buiten zijn geweest, moeten geleidelijk wennen aan langere weidegangtijden om problemen als laminitis (hoefbevangenheid) te voorkomen.

    Gevaren van weidegang

    Laminitis (hoefbevangenheid): Te veel suikerrijk gras, met name in het voorjaar en na regenrijke periodes, kan hoefbevangenheid veroorzaken. Risico-paarden (pony's, obese paarden, paarden met EMS) krijgen bij voorkeur een grasmasker of beperkte weidegang. Koliek: Een abrupte overgang van weinig naar veel gras belast het spijsverteringsstelsel. Bouw weidegang altijd geleidelijk op over twee weken. Verwondingen: Paarden die spelend of strijdend met andere paarden in de wei staan, kunnen bijt- of schopwonden oplopen. Controleer dagelijks de huid. Giftige planten: Jacobskruiskruid (Senecio jacobaea) groeit in veel Nederlandse weiden en is giftig voor paarden. Verwijder het voor het bloeien of bestrijdt het chemisch. Andere giftige planten zijn taxus, eik (eikels) en een groot deel van de tuinplanten.

    De overgang van stal naar wei

    Week 1–2: Begin met 1 uur per dag op een arm grasperceel of een volledig afgegraasde wei. Verhoog dagelijks met een kwartier. Week 3–4: Bouw op naar 2 tot 4 uur. Observeer altijd de stoelgang — te zachte mest duidt op te veel gras. Daarna: Geleidelijk naar vrije weidegang als het gras dat toestaat. Tip: geef altijd hooi voor het buiten zetten. Een hongerig paard eet de eerste uren overhaast en neemt te veel suikers op.

    Weidemanagement

    Een goed weidebeheer houdt het grasland productief en veilig:
  • Poepschieten: Verwijder mest minimaal tweemaal per week. Dit vermindert de parasitendruk en verbetert de graskwaliteit.
  • Wisselbeweiding: Laat percelen om en om rusten voor hergroei.
  • Onkruidbeheer: Bestrijdt giftige planten proactief.
  • Watervoorziening: Zorg voor schoon drinkwater in de wei. Vervang dagelijks bij warm weer.

Mijn paard staat altijd op stal — is dat erg?

Volledige opstalling is suboptimaal voor het welzijn van een paard. Als weidegang echt niet mogelijk is, bied dan alternatieve beweging: longeren, rijden, of gebruik een uitloopbox. Zelfs een paddock van voldoende omvang zonder gras geeft een paard de mogelijkheid om te bewegen en sociale contacten te hebben. Overleg met je dierenarts of hoefsmid als je paard langdurig geen weidegang heeft; zij kunnen adviseren over alternatieve beweging en voeding.