Waarom weidemanagement zo belangrijk is
Een verwaarloosde wei is niet alleen onproductief — het is ook een gezondheidsrisico. Te veel mest op één perceel verhoogt de parasietdruk. Te weinig gras dwingt paarden onnodige stress. Giftige planten in de wei kunnen ernstige gevolgen hebben. Goed weidemanagement zorgt voor een constante voorziening van kwalitatief gras, minimaliseert ziekte en parasieten, en houdt de wei duurzaam productief voor de lange termijn.
Het principe van wisselbeweiding
Wisselbeweiding is de hoeksteen van goed weidemanagement. In plaats van paarden continu op hetzelfde perceel te houden, roteer je ze over meerdere percelen:- Perceel A wordt begraasd gedurende 2–4 weken
- Perceel B rust en hergroeit gedurende 4–8 weken
- Perceel C wordt gemaaid voor hooi of silage Door rotatie kan het gras herstellen, nemen parasietenlarven af (ze sterven bij droogte of worden verdund door hergroei) en verbetert de bodemkwaliteit. Minimaal twee percelen zijn nodig voor effectieve rotatie. Drie of vier percelen geven nog betere resultaten.
- Taxus (alle delen, zelfs gedroogd)
- Eiken (eikels in grote hoeveelheden)
- Oleander (in tuinen, niet in wei)
- Rododendron Bestrijding van Jacobskruiskruid:
- Handmatig uitsteken (voordat het zaad verspreidt, in handschoenen)
- Chemische bestrijding met glyfosaat (let op toelatingseisen)
- Maaien voor de bloei (plant keert terug maar verspreiding wordt vertraagd)
- Beperk weidegang na hevige regen
- Laat beschadigde percelen lang genoeg rusten
- Overweeg het doorzaaien van uitgedunde percelen
- Voorjaar: Beperk weidegang bij snel groeiend, suikerrijk gras. Poep schieten intensiveren.
- Zomer: Roteer percelen. Maai overschot voor hooi.
- Herfst: Laat percelen opgroeien voor de winter. Verwijder giftige planten voor ze zaad geven.
- Winter: Minimale weidegang bij vorst of wateroverlast om verdere bodemschade te voorkomen.